Financiële kaders
De volgende financiële kaders worden gehanteerd bij het opstellen van de begroting en het meerjarenperspectief:
De begroting en het meerjarenperspectief zijn structureel sluitend en reëel onderbouwd waarbij rekening wordt gehouden met de financiële effecten die een autonoom karakter hebben.
Jaarlijks wordt het resultaat bepaald en bestemd na zienswijze van de DUO-gemeenten.
Financieel autonome uitgangspunten
De hierna genoemde autonome uitgangspunten worden gehanteerd bij het opstellen van de begroting en het meerjarenperspectief:
De primitieve meerjarenbegroting 2019-2022 en de 1e en 2e begrotingswijziging 2019 van Duo+.
Loonontwikkeling (Cao, Werkgeverslasten).
Prijsindexcijfer 2019 (algemene prijsontwikkeling van CPB).
In het meerjarenperspectief wordt gerekend met constante prijzen net als in de DUO-gemeenten.
Prijsindexcijfer
Naast de personeel gerelateerde kosten, is het gebruikelijk om ook de overige uitgavenbudgetten te indexeren. De jaarmutatie CPI voor de consumentenprijsindex maart 2019 wordt aangehouden, deze is 1,5%. Dit is in lijn met de ontwikkelingen van de inflatie en de stijging die we zien in de ICT-kosten en is gelijk aan het gehanteerde percentage in de gemeentelijke begrotingen.